013 - 536 65 55 info@kzoadvocaten.nl

De rechter belazeren? Meteen klaar

 

De werknemer blonk niet uit, zogezegd. Vond de werkgever. Dus vertelde die op 30 december tegen de werknemer dat hij in de t/m 31 december lopende proeftijd werd ontslagen. De bevestigende brief werd op 31 december op de post gedaan.

Op 1 januari schreef de werknemer dat zijn proeftijd kennelijk ongebruikt was verstreken, want hij had niks gehoord of ontvangen. Dus graag doorbetalen. “Indien ik geen toegang tot het pand krijg zal ik gps-positie en locatie kopiëren als bewijs dat ik wel naar het werk ben gegaan. (…)”

Die brief van 31 december? Die was vals, over een ontslag was helemaal niet gesproken. Op naar de rechter.

De werkgever bracht WhatsAppcorrespondentie in het geding van 30 december tussen de werknemer en zijn recruiter: “Ik heb een nieuwtje voor u Ik werk niet meer voor (……) (…) Ieder geval een fijne jaarwisseling (…)’.

De werknemer tegen de kantonrechter: “Die WhatsAppcorrespondentie is ook vals.”

Jaja. Afwijzing van de vordering, zou je denken. Maar de kantonrechter ging verder. In artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat de zogenaamde “waarheidsplicht”. Die houdt in dat je de rechter bij de start van de procedure naar waarheid vertelt hoe het zit, ook wat tégen je spreekt. Die plicht had de werknemer schandelijk geschonden, zeg maar. Dus geen afwijzing van de vordering, maar afwijzing al bij de poort. Niet-ontvankelijk.

Tip: mailverkeer. Soms best handig.

 

De uitspraak kan je hier vinden.

 

Tilburg, 2 juli 2020

Mr. Toine Zegers, KZO|O13 Advocaten

Waarheidsplicht

STEL EEN VRAAG AAN EEN ADVOCAAT

advocaat tilburg

Spoorlaan 460
Postbus 9150
5000 HD Tilburg

T 013 - 536 65 55
F 013 - 536 84 20
E info@kzoadvocaten.nl

Social media

Je kunt ons ook volgen op de normale social media kanalen:

echtscheidingsadvocaat

NIEUWSBRIEF

Meld je aan voor onze online nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.