Huisverbod

Door: Lilian Scheepens - 22 oktober 2009

Sinds 1 januari 2009 kunnen burgemeesters in het kader van de Wet Tijdelijk Huisverbod een tijdelijk huisverbod opleggen aan personen van wie een ernstige dreiging van huiselijk geweld uitgaat. Het huisverbod is bedoeld om huiselijk geweld verder terug te dringen. Het huisverbod houdt in dat een pleger van huiselijk geweld in beginsel 10 dagen (maximaal 4 weken) zijn of haar woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner of de kinderen. De maatregel biedt de mogelijkheid om in een noodsituatie te voorzien in een afkoelingsperiode waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht en verdere escalatie kan worden voorkomen.

De aanleiding voor een tijdelijk huisverbod zal gewoonlijk zijn een incidentmelding of aangifte bij de politie. De hulpofficier van justitie kan (met een mandaat van de burgemeester) na een risicotaxatie een huisverbod opleggen. Uiteindelijk is het huisverbod er op gericht dat partijen hulpverlening aanvaarden.

Voorheen was het vaak zo dat de pleger van huiselijk geweld werd aangehouden door de politie en voor korte tijd in voorlopige hechtenis werd genomen. Ondertussen werd het gezin een veilig heenkomen geboden in een blijf-van-mijn-lijf-huis, voordat de pleger in vrijheid werd gesteld en weer huiswaarts zou keren. Daarmee raakte echter alles ontregeld. Zo bleken blijf-van-mijn-lijf-huizen vaak niet in de buurt te liggen, zodat kinderen ineens naar een andere school moesten. De hulpverlening die op gang komt in het kader van het huisverbod, richt zich in ieder geval op hulp aan het hele gezin, waarbij het gezin het huis niet hoeft te verlaten, doch alleen de pleger voor korte tijd zijn huis niet meer in mag. De burgemeester kan het huisverbod eerder intrekken indien de uit huisgeplaatste een aanbod tot hulpverlening heeft aanvaard.

Lilian Scheepens