Hoe finaal is finale kwijting?

11 mei 2010

Ongeveer een derde van de ontslagen verloopt tegenwoordig met een beëindigingsovereenkomst. Daarin staat vaak een clausule waarmee over en weer finale kwijting wordt verleend. Alleen datgene wat in de beëindigingsovereenkomst staat hoeft nog te worden betaald en verder niets. Een geruststellend idee want daarmee kan een geschil zonder losse eindjes worden afgesloten. ‘Finaal' blijkt echter niet altijd ‘finaal' te zijn: sommige claims kunnen nog, zelfs nàdat voor het sluiten van de boeken is getekend.
De hoofdregel bij finale kwijting is: afspraak is afspraak. Zowel werkgever als werknemer moeten goed opletten voordat deze clausule wordt ondertekend want in principe verlies je na het zetten van je handtekening je rechten. Zo werd aan een werknemer eind 2005 toegezegd dat hij zonder betaling 4,9% van de aandelen zou ontvangen. Voordat hij die aandelen kreeg is tussen partijen in 2009 een beëindigingsovereenkomst gesloten met finale kwijting. Bij de onderhandelingen was helemaal niet gesproken over de aandelen. De werknemer eiste toch overdracht van de aandelen, zoals eerder overeengekomen.
Volgens de kantonrechter wist de werknemer of had hij kunnen weten dat de werkgever alleen aandelen uitgaf om werknemers aan de onderneming te binden. Bij ontslag moesten aandelen worden teruggegeven. Daarom had de werknemer de aandelentoezegging tijdens de onderhandelingen over de beëindiging van het dienstverband ter sprake moeten brengen. Door dat niet te doen en de overeenkomst met finale kwijting te ondertekenen deed hij afstand.

Afspraak is afspraak dus, en dat geldt ook voor een werkgever. In een beëindigingsovereenkomst is afgesproken dat de werknemer tegen finale kwijting voor € 4.000,- werkmaterialen kreeg als compensatie van gemaakte overuren. De werkgever ging daarbij uit van een overuren opgave door de werknemer. Dat aantal bleek te hoog te zijn zodat de werkgever de afspraak niet nakwam, en de werknemer naar de rechter stapte. Volgens de rechter: Als de werkgever het precieze aantal overuren van belang vond had hij dat vóór het ondertekenen maar moeten controleren. De werkgever vond dat de kosten van de onderhandelingen over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst steeds verder opliepen en wilde snel tot een regeling komen, zodat hij niet controleerde. Hiermee heeft hij bewust het risico aanvaard dat de opgave van de werknemer wellicht niet juist was. Hij kan daar achteraf niet op terugkomen.

De finale kwijtingsclausule moet wel volledig in vrijheid tot stand zijn gekomen om geldig te zijn. Een transportbedrijf hield de laatste € 200,- van een eindafrekening in, die door de werknemer op kantoor moest worden opgehaald. Dat geld werd pas uitbetaald als de werknemer voor finale kwijting tekende. Pas daarna werd een nieuwe arbeidsovereenkomst met een transportbedrijf van een familielid ter ondertekening voorgelegd. Achteraf kwam de werknemer erachter te weinig CAO-loon te hebben gehad. De werkgever wees op de finale kwijting, maar volgens de rechter ging het om een afgedwongen verklaring. De werknemer kon zijn claim gewoon indienen.

Zelfs als de finale kwijting volledig in vrijheid is getekend kunnen dingen over het hoofd worden gezien. Dan komt goed werkgeverschap om de hoek kijken. Een topman bij ABN AMRO had een optieregeling. In alle gesprekken over een beëindigingsovereenkomst zijn die opties nooit besproken. Er werd getekend voor finale kwijting waarna de werknemer toch de opties wilde uitoefenen. Volgens ABN AMRO waren de opties vanwege finale kwijting vervallen en had hij het maar ter sprake moeten brengen. De kantonrechter zag dat anders: Van de bank, die de optieregeling zelf in het leven heeft geroepen, mocht worden verwacht de opties ter sprake te brengen omdat het bij zo'n functie vanzelfsprekend was dat de werknemer opties had. De ABN AMRO had dus op basis van goed werkgeverschap het verval van de opties moeten inbrengen.

Wijze les: ga zelf na of er bijvoorbeeld nog voorschotten, leningen of studiekosten open staan, voordat wordt getekend. Vraag de werknemer ook expliciet naar de volledigheid van de posten. En zelfs dan is ‘finaal' nog niet altijd het einde van het liedje.
Rechtbank Amsterdam 3 maart 2010 (niet gepubliceerd), Ktr. Haarlem 10 februari 2010, LJN BL6924, Ktr. Assen 2 maart 2010, LJN BL6835, Ktr. Amsterdam 20 januari 2010, LJN BL6654

Meer weten hierover van een advocaat in Tilburg?

Bron: column Gids voor Personeelsmanagement mei 2010